Onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar

Onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar

Openingsspeech door George Reurings, oud-directeur van basisschool ‘De Vosseschans’.

Beste belangstellenden,

Met plezier wil ik jullie kort iets vertellen over het onderwijs in Nederland en iets langer over het onderwijs in Ter Aar.

Voor de eerste scholen in Nederland moeten we terug naar de zevende eeuw.
In het jaar 695 werd door de monnik Willibrord – de eerste bisschop van Utrecht – een klooster met kerk gesticht, waaraan een kloosterschool voor geestelijken werd verbonden.
Ook Karel de Grote liet zich niet onbetuigd en vaardigde een aantal onderwijswetten uit: alle Frankische jongens moesten in een kloosterschool leren lezen, schrijven, bidden en zingen. Het is echter maar de vraag of er veel jongens naar de kloosterschool zijn gegaan. Kinderen werkten meestal van jongs af aan met hun ouders op het land of in de werkplaats om aan de dagelijkse kost te komen. Waarschijnlijk waren er in deze tijd maar heel weinig scholen.
Toch waren de onderwijswetten die Karel de Grote heeft uitgevaardigd belangrijk voor de ontwikkeling van scholen in latere eeuwen.
De zestiende, zeventiende en achttiende eeuw.
In deze periode was het in de Nederduitse (de tegenwoordige Nederlands Hervormde) lagere scholen vaak letterlijk een rommeltje. Leerlingen van verschillende leeftijden zaten in een groot, meestal erg smerig schoollokaal, bij elkaar. Een leegstaande schuur, een kamer of de keuken van de schoolmeesterswoning vond men goed genoeg. Verlichting en verwarming ontbraken op veel scholen.
Een aantal schoollokalen werd ‘s winters door een open vuur verwarmd. Als de schoorsteen slecht trok, of zelfs ontbrak, zaten de kinderen als gerookte haringen in een ton. Geen wonder dat veel kinderen op school ziek werden.
De meester.
Met name in de dorpsscholen stelde het onderwijs weinig voor, mede omdat veel schoolmeesters nauwelijks voor hun vak waren opgeleid. Sommige meesters konden zelf amper lezen of schrijven. Veelal waren het oude soldaten, die -al dan niet- met een lichamelijke handicap, deze taak op zich namen.
De schoolmeester ontving onregelmatig schoolgeld: kinderen bleven vaak weg in oogsttijd en betaalden per week of per vak.
Om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien, hield de meester er verschillende bijbaantjes op na, zoals koster, doodgraver, klokkenluider, schaapscheerder en voorzanger in de kerk.
Er was er zo een in Ter Aar, waarover straks meer.
De meesters waren daarom vaak ‘even een uurtje’ van school weg. In de meeste gevallen nam zijn vrouw dan voor hem waar.
Bij dronkenschap of onzedelijk gedrag werd hij ontslagen.
Straffen.
Vooral in de dorpen werd in deze tijd een aframmeling met de roe en stok, of een tik op de hand gegeven.
De pechvogel (een stoffen vogel) speelde daarbij een speciale rol. Wanneer de meester merkte dat een leerling kattenkwaad uithaalde, gooide hij de pechvogel naar het kind. De deugniet moest de pechvogel naar de meester terugbrengen. Voor de lessenaar van de schoolmeester werd meteen de straf uitgedeeld. De leerling was een pechvogel.
Hij kreeg klappen met de plak. Verder werd in deze tijd gebruik gemaakt van het ezelsbord en het schandbord.
Kinderen kregen het ezelsbord omgehangen als zij dom waren geweest en bijvoorbeeld veel fouten hadden gemaakt.
Het schandbord, dat heel zwaar was, werd gebruikt als het kind iets schandelijks had gedaan zoals liegen, plagen, appels stelen of onbeleefd zijn.
Terwijl het ezelsbord in de school werd gebruikt, moest het kind met een schandbord vaak buiten de school staan, zodat iedereen het kon zien.
Een bezoek van de schoolopziender in 1803 aan de school in Langeraar gaf een aantal aanbevelingen waaronder een schandbord en een ezel te maken.
De letterlijke tekst vindt u elders in deze tentoonstelling.
Leermiddelen.
Kinderen leerden lezen met behulp van een ABC-plankje. Dit was een houten plankje met daarop het alfabet en/of het Onze Vader.
Schrijven gebeurde met een ganzenveer. Voor het kladwerk werden meestal lei en griffel gebruikt. Veren en papier waren te koop bij de meester.
Ook voor het aanpunten van de veer kon men tegen betaling bij de meester terecht. De kinderen bewaarden hun spullen in een houten schooltas of schrijfblad. Deze werd niet of nauwelijks mee naar huis genomen en was bedoeld als opbergkastje. Soms werd de houten schooltas gebruikt als schrijftafeltje op de knie.
Laten we ons nu beperken tot het onderwijs in Ter Aar.
Ter Aar.
Als ik iets over de onderwijsgeschiedenis van Ter Aar ga vertellen, ontkom ik er niet aan jullie met wat jaartallen en feiten lastig te vallen en wat in vroeger schooldagen beslist niet werd toegestaan: je mag ze nu wél allemaal weer vergeten…
Het eerst bekende stuk over het onderwijs in Ter Aar vinden we in 1713 en bevindt zich in het Nationaal Archief in Den Haag.
Het oudste stuk betreffende het onderwijs van Ter Aar, dat zich in het Streekarchief Rijnlands Midden in Alphen aan den Rijn bevindt, dateert van 15 november 1717.
Het is van de hand van ambachtsheer Cornelis van Aerssen (1648-1728), die maatregelen neemt tegen het houden van bijscholen, waar men vermoedelijk onder andere breien en naaien leerde. De schoolmeester kreeg daardoor minder leerlingen en minder inkomsten.
Ouders en voogden, die hun kind tóch naar een bijschool stuurden, moesten de officiële schoolmeester zoveel betalen, als dat zij een (publieke) school zouden bezoeken. Een kopie van dit stuk bevindt zich in één van de vitrines van deze tentoonstelling.
In een document uit 1772 wordt Joannis Voorn aangesteld tot ‘schoolhouwder, voorlezer, voorzanger en aanspreker van de heerlijkheid Langer – Korteraar’. De school moest het hele jaar geopend zijn en de meester moest zelf het schoolgeld innen.
Voor een kind dat leert spellen, of lezen: 4 stuivers
Voor een kind dat leert rekenen: 10 stuivers per maand
Arme kinderen hoefden niet te betalen.
Van de eerder genoemde Joannis van Voorn is, getuige een door hem in 1800 ingevulde vragenlijst, ten behoeve van de ‘staat van het Schoolwezen der Bataafsche Republiek’ wat meer bekend.
Joannis geeft onderricht aan zo’n 80 tot 100 leerlingen.
Het schoolgeld op zijn school, werd als volgt berekend.
Het begint met een basisbedrag van 1 stuiver per week;
een kind dat ook schrijft 1,5 stuivers per week;
een kind dat ook rekent 2,5 stuivers per week;
Er wordt ‘s morgens van 09:00 tot 12:00 uur les gegeven en ‘s middags van 13:00 tot 16:00 uur.
In de zomeravonden van 17:00 tot 19:00 uur en in de winteravonden van 18:00 tot 20:00 uur.
Het openbaar onderwijs was onder meer gehuisvest in een gebouw, waar een onderwijswoning en klaslokaal, werden onder gebracht.
Later doet dit gebouw dienst als gemeentehuis en stond op de plek, waar thans het (voormalige) gemeentehuis van Ter Aar staat.
In januari 1939 werd door de gemeenteraad besloten de openbare school op te heffen. Met de gemeente Nieuwveen werd er een regeling getroffen, dat kinderen met de N.A.L. autobusdienst het openbaar onderwijs daar konden blijven volgen.
In augustus 1972 wordt opnieuw met een openbare school gestart; dit keer met de klassen 1 en 2 in de brandweerkantine aan de Vosholstraat en de klassen 3 t/m 6 in de lagere tuinbouwschool ‘Valentijn’ in Papenveer. Via het vroegere houten confectie-atelier aan de Aardamseweg, waar in 1968 het RK onderwijs in Aardam startte- vindt het openbaar onderwijs in 1978 een plek in ‘Het Kompas’, het huidige onderkomen aan het Meester Jonkerpad.
In 1987 volgt er een uitbreiding met één lokaal en nevenruimten.
Tijdens de aanbouw van de peuterspeelzaal brandt de school praktisch volledig af en komt het huidige gebouw er voor in de plaats. De openbare kleuters starten in een zaaltje van het Dorpshuis. In 1976 verhuizen de kleuters naar de houten noodhuisvesting in de Mijsstraat.
In 1978 trekt men in bij de nieuwe openbare lagere school.
Rooms Katholiek Onderwijs
De stichting van een particuliere school in Langeraar begint in het jaar 1871. In dat jaar verzoekt pastoor Buijs aan de bisschop om een katholieke school te stichten.
Na een lange en veelvuldige briefwisseling wordt uiteindelijk door pastoor Buijs en kapelaan van Dijk de eerste steen gelegd op 9 mei 1873.
De bouw ad. fl. 10.000 werd gegund aan de Langeraarse gebroeders Akerboom.
De eerste hoofdonderwijzer aan de nieuwe school werd Joannes van den Elsen; er bezochten toen 83 leerlingen de school.
Op 8 januari werd een nieuwe R.K. Parochiale School met de naam ‘St. Jan Baptist de la Salle’ met 8 lokalen, waarvan 6 voor de leerschool, 1 voor de naaischool en 1 als reservelokaal- in gebruik genomen.
Op 7 oktober 1974 verhuisde de hele schoolgemeenschap naar het huidige schoolgebouw ‘Aeresteijn’ .
In 1977 trok de kleuterschool ‘St. Rafaël’ onder de naam ‘Klein Aeresteijn’ bij de toenmalige lagere school in.
Papenveer.
Vanaf 1962 was er ook een kleuterschool ‘St. Gabriël’ in Papenveer, later omgedoopt in ‘Het Akkertje’.
In 1985 bij de start van de basisschool, valt het doek voor ‘Het Akkertje’ en trekt men in bij ‘Aeresteijn’.
Korteraar.
De voorloper van de Papenveerse kleuterschool stond in de kern Korteraar.
In 1933 wordt de school door 18 kleuters bezocht. 3 jaar later dreigde er reeds een sluiting.
46 personen ondertekenen een petitie om de school open te houden. Desgevraagd door de pastoor om daarvoor fl. 10,00 te betalen, moesten zij hem uit onmacht teleurstellen.
Aardam.
Tot voor 1 augustus 1968 bezochten de katholieke leerplichtige kinderen van de kern Aardam de RK lagere scholen in Langeraar en Aarlanderveen. De katholieke kleuters werden zoveel mogelijk in de in Aardam aanwezige protestants-Christelijke scholen onder gebracht.
Doordat de uitbreiding van de gemeente Ter Aar zich vooral concentreerde in de kern Aardam, werd door het bisdom Rotterdam het initiatief genomen in Aardam naast een kerk een school te stichten.
Op 1 augustus 1968 werd met het Rooms Katholiek onderwijs in Aardam gestart. Een kerk is er nooit gebouwd.
De gemeente Ter Aar stelde een verbouwde houten ruimte, waarin voorheen een naaiatelier was gevestigd, aan de Aardamseweg voor het katholiek onderwijs beschikbaar.
Een Rooms Katholieke school in een grotendeels protestants-christelijke woonkern? Dat kon niet bestaan!
Bij mijn eerste bezoek aan Aardam, vroeg ik naar het adres van de Rooms Katholieke School “Aardam” aan de Aardamseweg, maar door een aangesproken voorbijganger werd dit stellig ontkend : ‘Hier is helemaal geen roomse school’ en daar had ik het maar mee te doen!
Er werd in 1968 begonnen met 55 leerlingen, verdeeld over 6 leerjaren, in 3 lokalen gestart.
In januari 1972 kon een nieuwe 6-klassige school aan de Dr. Albert Schweitzerstraat in gebruik worden genomen. Na een aantal uitbreidingen konden in 2004 in 17 lokalen méér dan 400 leerlingen gehuisvest worden.
Met veel festiviteiten werd in het achter ons liggende schooljaar 2011-2012 het 40-jarig bestaan van ‘de Vosseschans’ gevierd.
Onlangs kreeg ‘De Vosseschans’ van het Ministerie van Onderwijs het predicaat ‘Excellente School’ toebedeeld; één van de 32 excellente basisscholen in Nederland. Ik ben trots, dat ik aan het fundament heb mogen bouwen, waar de school na mijn pensionering, heeft door geconstrueerd.
De protestant-christelijke scholen .
Op 10 maart 1896 wordt over gegaan tot de stichting van een vereniging en fonds voor een christelijke school.
Blijkens de notulen van 11 februari 1899 bestond er ook een Christelijke Nationale Schoolvereniging,
waarmee men wilde samen werken; dit lukte echter niet. Op 1 augustus 1901 werd de school aan de Westkanaalweg 108 al door het bestuur geopend en bleef tot 1969 dienst doen.
In dat jaar werd overgestapt naar de ‘Springplank’ aan de A. van Heusdenstraat, waarvan de naam later veranderd werd in de ‘Regenboog’.
Een andere pijler van het P.C. Onderwijs betrof de Christelijke Nationale School.
Op 1 oktober 1900 werd de eerste christelijke school geopend, die in 1926 ongeschikt werd verklaard; 2 jaar later werd de Reobothschool in gebruik genomen. De oude school aan de Westkanaalweg bleef tot 1969 dienst doen.
In 1969 werd overgestapt naar de ‘Springplank’, die in 1985 bij het in werking treden van de wet op het basisonderwijs tezamen met de kleuterschool de nieuwe naam “de Regenboog” kreeg.
Op 1 april 1972 zijn uiteindelijk de Christelijke Nationale School en de Vereniging Voor Christelijk Volksonderwijs samen gegaan en werd na een lange reeks van jaren de vereniging voor PCO Ter Aar opgericht.
In 1975 werd besloten tot de bouw van een nieuwe school ‘De Hoeksteen’ in Aardam-West, ter vervanging van de Reobothschool aan de Kerkweg.
In 1977 werd het nieuwe schoolgebouw ‘de Hoeksteen’ in gebruik genomen. Ook het kleuteronderwijs vond hier in Aardam onderdak. De Hoeksteen werd doordat het aantal PC kinderen terug liep samengevoegd met de Regenboog uit Aardam Oost.
De school kreeg na de samenvoeging de naam ‘de Fontein’.
Natuurlijk kan ik in dit korte tijdsbestek niet volledig zijn; er is zó veel meer.
In het Streekarchief Rijnlands Midden te Alphen aan den Rijn bevinden zich tal van stukken met betrekking tot het onderwijs in Ter Aar.
Voortgezet Onderwijs.
In Ter Aar bevond zich naast de RK. huishoudschool ‘Maria Goretti’ in Langeraar (bouwjaar 1952-1953) ook een tuinbouwschool, die was gehuisvest in het oude Spoorhuis aan de Schilkerweg.
Later kreeg men een eigen schoolgebouw de Valentijnschool aan de Westkanaalweg in Papenveer (1962-1963).
Beide vormen van onderwijs vielen niet onder het ministerie van onderwijs, maar onder het ministerie van Land- en tuinbouw.
Bij gebrek aan leerlingen zijn beide onderwijsinstellingen verdwenen en zijn de schoolgebouwen inmiddels gesloopt.
Huisvesting
De gemeente Ter Aar heeft jarenlang een zeer zuinig onderwijsbeleid gevoerd en zéker m.b.t. de huisvesting van het onderwijs in haar gemeente.
Ik duidde reeds op het failliete naai-atelier aan de Aardamseweg, waar eerst het Rooms Katholiek en later na verblijf in de brandweerkantine aan de Vosholstraat en de tuinbouwschool ‘Valentijn’ in Papenveer- het openbaar onderwijs onderdak vond.
De kleuters van de Christelijk Nationale School vonden jarenlang onderdak in een zijzaaltje van Het Dorpshuis.
De toenmalige beheerder Hein Lok bepaalde min, of meer, of er ook af en toe een Rooms kleutertje mocht worden toegelaten.
Toen het aantal Roomse kleutertjes groeide werd onderdak gevonden in de huishoudschool in Langeraar en pendelden zij (school) dagelijks heen en weer met de onvolprezen NAL-lijndienst-bus.
Later schafte de gemeente een forse houten bouwkeet aan, die in de gemeente Hoogvliet overbodig was geworden, en plaatste die achter een aantal garages in de Mijsstraat; de bewoners in die straat waren niet blij met de dagelijkse aan- en afvoer van de kleuters,
ook niet toen peuterspeelzaal ‘Het Veldmuisje’ er vervolgens later onderdak vond.
Toekomst.
Ter afsluiting wil ik mij aan een voorzichtige prognose wagen.
Het aantal leerplichtige leerlingen in de kern Ter Aar neemt al geruime tijd af.
Weinig aanwas en veel vergrijzing is het tijdsbeeld, waar we mee geconfronteerd worden.
Een snelle daling van het leerlingaantal is inherent aan een snelle groei.
Met plus – zorg – en hoogbegaafden-klassen proberen de scholen in te spelen op de vraag naar aangepast onderwijs.
Alle Aardamse basisscholen hebben inmiddels contact met vroegschoolse en buitenschoolse opvang, kinderdagverblijven en peuterspeelzalen.
In een nieuw te bouwen school – De Brede School – zullen alle eerdergenoemde participanten onderdak moeten vinden.
En met breed bedoel ik niet een gebouw met een voorgevel van pakweg 200 meter, of meer,
maar een instituut waar een ieder met elkaar verbonden is en waar ook plaats en ruimte moet zijn voor oudere Aardamse inwoners, die een huis en thuis kunnen vinden in diezelfde brede school.
Zij kunnen zo veel betekenen in een symbiose met de jongere generatie.
De gemeente Ter Aar was er klaar voor; de nieuwe gemeente Nieuwkoop heeft het stokje over genomen.
Aan het einde van de vorige eeuw kwam ik met een aantal gelijkgestemde onderwijs-visonairs voorzichtig naar buiten met het idee van een brede school in Aardam.
In 2006 werden de plannen concreter en zijn daartoe initiatieven genomen; woondiensten Aarwoude nam die uitdaging aan.
“Vernieuwd verbonden. Wonen, leren, zorgen, leven in de kern Ter Aar”. Het is mij uit het hart gegrepen.
We zijn inmiddels 13 jaar verder en gleden langzaam in een passieve periode van afwachten; ja, de economie zit ons niet mee, maar om daar nu álles de schuld maar aan te geven? In heel veel gemeenten wordt ondanks de crisis- in de toekomst gekeken, stevig gebouwd en geïnvesteerd, ook in onderwijs. Ach, ik zal het hier maar bij laten.
Beste toehoorders, het wordt tijd om de onderwijstentoonstelling te openen, ik ben er klaar voor, u ook?

onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar
Openingsspeech door George Reurings, oud-directeur basisschool ‘De Vosseschans’
 onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar
Het onvolprezen schoolbord werd functioneel gebruikt
 onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar
Een rondgang langs de vitrines door de voorzitter van de Cultuur Historische Vereniging, Flip Vonk; de onderwijswethouder Piet Melzer en oud-schooldirecteur George Reurings
 onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar
Onderwijswethouder Piet Melzer en voorzitter Flip Vonk nog even samen in het schoolbankje
 onderwijs door de eeuwen heen in Ter Aar
De secretaris van de vereniging, Petra Vermeulen-Heemskerk, haalt met haar oud-directeur George Reurings van basisschool ‘De Vosseschans’ herinneringen op